“De student leent voor reizen en televisie”

Door Evan op 28/03/2012

Afgelopen week vroeg de nieuwswebsite NU.nl aan Halbe Zijlstra (staatssecretaris van onderwijs VVD) naar de eventuele gevolgen van het sociale leenstelsel dat hij voor heeft gesteld. De lening zal dan beschikbaar worden gesteld aan masterstudenten. Er werd over een soort van leenangst gesproken tijdens de discussie over het instellen van een dergelijk sociaal leenstelsel. NU.nl stelde aan Halbe Zijlstra de vraag: “Gaat u in de gaten houden wat nou het effect is op de instroom in de masterfase?” Zijlstra vond het een beetje relatief en vond dat zijn voorganger meneer Plasterk brieven moest versturen naar de studenten. In deze brief zou dan moeten staan: “Passen jullie wel op met de mate waarin jullie lenen? Want jullie lenen heel veel geld! Geen geld voor de studie, maar geld voor reizen en televisies.”

Of die bewering ergens op te baseren is? Dat vraagt Jan Litjens zich als next.checkt-lezer af. De Next checkt en komt tot de conclusie: Nee, het is niet te checken.

Duiding

Wat wordt er precies gecheckt? Halbe Zijlstra laat weten dat het wel mee zou vallen wat betreft de angst voor lenen onder de studenten. Hij beweert dat studenten veelal geld lenen om van op reis te gaan en om televisies te kopen. Echter laat hij niet weten om het aantal studenten, maar laat hij wel weten dat de brieven naar álle studenten zijn verzonden. Vandaar dat dit onderzoek (van Next-checkt) bekijkt of een groot deel van dat geld ook echt wordt gebruikt voor reizen en televisies.

Waar is dit hele verhaal op gebaseerd?

In het voorjaar van 2009 stuurde meneer Plasterk een e-mail via de IB-groep naar alle studenten van Nederlandse afkomst. Hierin vroeg hij dringend te letten op de voorwaarden van een lening en dat de student rekening moest houden met het uiteindelijke terugbetalen van de lening. Dit wilde hij bewerkstelligen omdat hij ervoor wilde waken dat studenten een te grote studieschuld op zouden bouwen.

Een week na het versturen van de e-mail werd er in de Tweede Kamer een debat gehouden over het verhogen van het collegegeld. Omdat het collegegeld verhoogd werd, maar de studiefinanciering niet. Zou dat betekenen dat studenten meer geld moeten gaan lenen om naar school te kunnen? Vroeg SP-kamerlid van Dijk zich af. Plasterk reageerde daarop met het feit dat niet elke student hetzelfde is. “Je hebt studenten die wel geld willen lenen en je hebt studenten die daarop besluiten niet een hogere opleiding te gaan volgen. Er is ook een categorie studenten die lichtelijk leent en ook voor zaken die niets met de opleiding te maken hebben. Die laatste categorie studenten was aleens de revu gepasseerd en daar ging het erom dat studenten geld leenden voor reizen en televisies. De e-mail naar de studenten omtrent het geld lenen was bedoeld voor de kleine categorie die gemakkelijk geld leent. Daar is, volgens Halbe Zijlstra, de uitspraak in zijn interview met NU.nl op gebaseerd.

Is het waar?

Plasterk heeft inderdaad gesproken over studenten die geld lenen voor televisies en verre reizen. De vraag is echter: “Hoe groot is die categorie studenten?” Het is een lastig te beantwoorden vraag en de DUO heeft laten weten geen onderzoek te doen naar de motieven van studenten als deze een lening aanvragen. Ook het CBS en het ISDLSV hebben een poging gewaagd een peiling te maken middels een enquête. Echter deden daar maar 286 mensen aan mee. Het onderzoek waar we het meeste aan hebben is het onderzoek van de NIBUD. Zij hielden in 2009 een onderzoek onder 129 studenten over inkomsten en uitgaven. Van de ondervraagde studenten had 43% een lening lopen. De NIBUD heeft niet uitgezocht waar het geleende geld aan uit werd gegeven. De vraag werd wel gesteld: “Waarom leen je geld?” Meer dan de helft gaf aan dat hun ouders niet over genoeg financiële middelen beschikten om hen financieel bij te staan. 27 procent gaf aan dat ze geld leenden om ‘relaxt te kunnen leven tijdens de opleiding’. 15 procent van de ondervraagde studenten gaf aan dat ze geld leenden om voor hun kind te kunnen zorgen, dat hun ouders niet mee wilden betalen aan de opleiding of dat ze niet of weinig kunnen werken als gevolg van een ziekte of een te hoge tudielast.

Naast de vragen werden er ook stellingen aan de studenten voorgelegd. Daarbij konden ze als antwoord geven of ze het er mee eens waren de ja of de nee en in hoeverre. In de stelling “Als ik iets wil en ik heb geen geld, dan leen ik het geld” konden 6 procent van de ondervraagden zich vinden en was 87 procent het niet eens met de stelling. Vervolgens de stelling “Ik ga hoe dan ook op vakantie en als ik geen geld heb dan leen ik het geld”. Hier konden 9 procent van de ondervraagden zich vinden en was 84 procent het niet eens met de stelling. Beter gezegd zou zijn dat 9 procent van de ondervraagden bereid is geld te lenen om te kunnen reizen. Hoeveel studenten dit ook echt hebben gedaan is (nog) niet onderzocht. De stelling “Ik vind luxe belangrijk” werd door 33 procent als eens beantwoord en door 40 procent als oneens. Echter is daarmee nog niet bewezen dat er ook echt geld aan wordt uitgegeven.

Wat kunnen we hieruit concluderen?

Er is nog maar weinig echt onderzoek gedaan naar het daadwerkelijke leengedrag van de student. De NIBUD ondervond dat 6 procent wel bereid is om geld te lenen voor luxe zaken en 9 procent is bereid om geld te lenen voor een vakantie. Of dit dan ook echt gebeurt is niet onderzocht en kan alleen maar gezien worden als een aanname. Het hele onderzoek is dus te beperkt om te kunnen concluderen dat Zijlstra zijn uitspraak op waarheid is gebaseerd. Daarnaast is het aan te nemen dat van alle studenten die ondervraagd zijn 43 procent een lening heeft en iets minder dan 10 procent daarvan is bereid geld te lenen voor luxe zamen. We kunnen dan ook niets anders doen dan de bewering als “niet te checken” bestempelen.

Vorige post:

Volgende post: